Interview Maarten Van Aerschot

Beste Maarten, je werkte de vorige 3 voorstellingen volledig alleen. Was dit nodig om een eigen “figurentheatertaal “te ontwikkelen of zijn er andere redenen?

Ik denk dat ik, door alleen te werken, inderdaad compromisloos kon sleutelen aan een theatertaal die natuurlijk is voor me. Maar zo'n parcours moet kunnen evolueren. Voor Octavio's Eleketro werk ik samen met verschillende makers. En dat was nodig, na 3 solo-voorstellingen.

Ik maak beeldend theater. En de beelden die ik maak, laat ik graag ten dienste staan van de muziek in de voorstelling. Zowel 'Meer dan Beer', 'uit een doosje...' als 'pop en KAST' zijn opgebouwd rond één principe: beelden die geïnspireerd zijn op de muziekscore en omgekeerd. 

Ook in Octavio's Elektro is de samenwerking tussen de muziek en de beelden belangrijk. Maar voor het eerst wordt deze muziek live gebracht en word hij op maat van de voorstelling gecomponeerd (door Peter Verhelst). En voor het eerst staan mijn beelden ten dienste van het verhaal en niet omgekeerd: het verhaal van de kleine Octaaf Van Okkerstal.

 

Een jonge maker moet zijn eigen weg zoeken, is dit haalbaar in Vlaanderen? Krijg jij genoeg speelkansen aangeboden?  

Ik ben best ambitieus beginnen werken onder de naam Tal en Thee. De zeer eenvoudige technische fiche bij o.a. Meer dan Beer heeft ook gezorgd voor alternatieve speelmogelijkheden. Zo stond Meer dan Beer de 3 afgelopen theaterseizoenen zowel in de Kopergietery, C-Mine en Schouwburg Kortrijk als in scholen, zoldertheatertjes en zelfs een enkele parochiezaal. 

Er is een gezonde nieuwsgierigheid bij programmatoren naar het werk van jonge makers. En er is vertrouwen in collega-programmatoren onder elkaar. Eens je opgenomen bent in het aanbod van verschillende cultuurcentra , volgen ook andere cultuurcentra. Maar een voorstelling voldoende aandacht geven bij de première vraagt opnieuw om extra inspanningen, uiteraard. 

 

In België spreekt men van Figurentheater is. In Nederland zegt men objectentheater. Wij geven toe dat poppentheater en zeker de term poppenkast de lading niet dekt. Jij maakte de voorstelling “Pop en kast”? Hoe omschrijf je jouw eigen werk? 

Bij de oprichting van Tal en Thee, koos ik nadrukkelijk voor de term figurentheater. En voor de voorstellingen die ik reeds maakte dekt die term de lading ook. Maar ik verplicht mezelf nooit om poppen of schaduwfiguren te gebruiken in voorstellingen. De kans bestaat dus dat ik het figurentheater los zal laten. 

In Octavio's Elektro gebruik ik poppen en schaduwfiguren, maar de voorstelling zou ook onder de noemer muziektheater of vertelling geplaatst kunnen worden.

Ik zou het akelig vinden om bij de aanvang van een creatie-proces regels van een bepaalde theatervorm over te nemen. 

 

Is er een voorstelling, een moment, een gebeurtenis geweest dat u heeft doen inzien. Ik ga voor figurentheater. Want je bent geen acteur van opleiding.

Ik heb lang gedacht acteur te worden. Ik studeerde ook één jaar aan de Kleine Academie, een acteursopleiding. We kregen er de bekende opdrachten als: speel een plastieken zak of bestudeer de bewegingen van een flesje olie. Ik geloof absoluut dat die oefeningen zin hebben, maar ik kon er niets mee aanvangen.

Bij een solo-opdracht aan het einde van het schooljaar toonde ik voor het eerst duidelijk mijn kunnen. Ik werkte met schaduwfiguren en kleine poppetjes die ik snel in elkaar knutselde. Het was voor de eerste keer heel duidelijk dat mijn kracht niet in het woord, maar in het beeld ligt. Vrijwel meteen daarna ben ik aan Meer dan Beer en de oprichting van Tal en Thee beginnen werken.

 

Een evidente vraag, maar geen evident antwoord denk ik. In uw nieuwe voorstelling “Octavio’s Electro” gaat het over uitvinders en vermakers. Uitvinders die vinden iets uit dat nog niet bestaat, vermakers moeten alles wat die uitvinders hebben uitgevonden weer vermaken Ben je zelf een vermaker of een uitvinder?   

Ik ben momenteel natuurlijk verliefd op het personage Octaaf Van Okkerstal: een vermaker in hart en nieren.

Reineke Van Hooreweghe schreef het verhaal 'Octavio's Elektro' en vertelt in de voorstelling dat alle goede ideeën al in de lucht hangen. Je moet ze enkel zien hangen. Dat klopt wel, denk ik. 

Ik waan me soms een uitvinder, maar ik denk dat een goede theatermaker of een kunstenaar tout court met de bouwstenen van zijn tijd aan de slag gaat. Dat maakt hem per definitie een vermaker. 

 

Naast de voorstelling heb je ook nog het kunsteducatief project IEDEREEN VERMAKER uitgewerkt, dat was niet op vraag van de school of het CC Het Gasthuis, waarom vind je dat zo belangrijk? En moet een goede voorstelling niet voor zich spreken?

Uiteraard, maar het project was niet echt een omkaderingsproject, maar een zijspoor. Reineke werkt al jaren projecten uit voor de kunsteducatieve sector, haar verhaal leent zich ook echt tot een project als IEDEREEN VERMAKER. Samen wilden we op loopafstand van het CC een atelier bouwen in een school, een wereld op zich.  Een plaats waar kinderen zouden kunnen bouwen, dromen en vermaken. In de filosofie van de voorstelling, nl. dat elk kind een vermaker is. Het derde leerjaar van BS Zonnedorp werd ondergedompeld in een elektriese wereld, de wereld van Octaaf Van Okkerstal. Eigenlijk weten zij nog niet helemaal waar de voorstelling over gaat, maar we hebben ze wel al onder stroom gezet. Hun vermaakte werelden en dradenknobbels zijn ook met de première aanwezig in het Gasthuis. 

We zien ook onze omkadering breder dan in de zin van een doe-workshop, zo gaan we met deze productie nog meer samenwerkingen aan met CC's, die op dezelfde manier ook hun gebouwen en medewerkers onder stroom zetten. 

 

U bent jong knap en onfhankelijk, voelt u reeds druk van de grote huizen die u willen inlijven?

Neen. En de ambitie die ik heb, dwingt me ook niet tot prestigeprojecten of een 10-jaren-masterplan voor Tal en Thee. Ik vind het belangrijk met Tal en Thee een parcours af te leggen, waarin de ideeën en projecten op mijn pad komen, zonder zelf de koers te willen bepalen. De samenwerking met Reineke, Peter en bij uitbreiding alle makers van Octavio's Elektro is daar een goed voorbeeld van. Reineke en Peter maakten samen de voorstelling Knies en Broos, onder Artforum. Via Artforum werd ik gevraagd een prentenfabriek te bouwen voor deze voorstelling. We vonden meteen elkaars werk heel mooi en de samenwerking, maar ook de omvang van de voorstelling, is een natuurlijk proces geworden. Ik denk dat op die manier de mooiste voorstellingen ontstaan. 

 

Het volgende jaar werk je samen met froe froe aan een figurentheater feest “ een dorp vol verloren dromen”. Nooit werkte figurentheaters in België zo mooi samen.  Het lijkt ons dat ieder zijn eigen weg gevonden heeft en niet meer bang is van elkaar. Klopt dit?

Ik weet niet hoe het vroeger was, maar ik merk dat de verschillende figurentheaters in elk geval met veel bewondering naar elkaar kijken. We maken ook heel verschillende voorstellingen. En 'een dorp vol verloren dromen' is, net als Boze Wolf, een uitgelezen kans om deze waaier aan verscheidenheid te tonen.

 

Zijn er nog dingen die je echt gemaakt wil hebben?

Op dit moment wil ik vooral heel graag Octavio's Elektro maken. De puzzelstukken zijn er en de voorstelling leeft in de hoofden van de 6 makers. Maar het samenbrengen van deze puzzelstukken zal best heftig worden. 

Wanneer een voorstelling in mijn hoofd vorm heeft gekregen, wil ik geen compromissen meer sluiten omwille van praktische problemen. Daar zou ik heel ongelukkig van worden.

 


Reacties

Reageer
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel. Wees de eerste om te reageren.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Goed voor uw culturele gezondheid.