Beeldhouwster Monique Donckers transformeert zich in 2014, na een rijke productie aan monumentale sculpturen, tot schilder. Een keuze, opgedrongen na een energieslopende ziekte. Weerbaar biedt ze anno 2027 voor het eerst een overzicht van haar olieverfdoeken die in afzondering in het atelier zijn ontstaan: indringende portretten van haar gehavende zelf – lichamelijk en geestelijk –; van haar geliefde familie en naaste vrienden, vaak onbereikbaar door een innerlijk isolement. Maar ook een theatraal groepsportret in haar zucht naar eenvoudig geluk zoals in de recentste monumentale 6 m-brede familiefeesttafel Laten we ons nergens wat van aantrekken en op de gewone tijd gaan eten, Gerard Reve achterna. Ieder geportretteerde naaste, wie dan ook, is, zonder enig oordeel. De schilderijen roepen tot luisteren naar ‘de andere.’ Hoor de vreemde stilte, de schreeuw, het gesprek, met of zonder vrolijk feestgedruis…
All that we see or seem (Alles wat we zien of wat we lijken, Edgar Allen Poe) is Monique’s verzameling ego-documenten, een soort dagboek in schilderij-reeksen en bevroren scenes. Ze worstelt met haar eigen perceptie op de werkelijkheid rond zich. Want niets is wat het lijkt. Is dit alles slechts een droom binnen een droom? Ze kiest voor het medium verf en niet voor de camera; verkiest het selecteren van foto’s van haar personages boven vele zitsessies in levenden lijve. Zo manipuleert ze als beeldende kunstenaar de nooit aflatende verwachtingen naar gelijkenis in de portretkunst. Monique Donckers gaat de uitdaging van een ander 21ste-eeuwse portret aan.